Categorie: Actie
Aanfluiten
Aankomen (vaak op de fiets)
"Kijk wie daar komt aanfluiten"
Bravoure
Dapperheid (soms met grootspraak)
"Met veel bravoure sprong hij in de gracht"
Claimen
Opeisen
"Hij probeerde direct de mooiste kamer te claimen"
Doneren
Schenken / geven
"We doneren de opbrengst aan het goede doel"
Flancheren
Stelen, jatten of 'lenen' zonder te vragen
"Wie heeft mijn fiets geflancheerd?"
Halt houden
Stoppen of ergens verblijven
"Laten we halt houden bij dat terrasje voor een verfrissing"
Manoeuvreren
Behendig sturen of handelen
"Hij wist zich handig door de drukke menigte te manoeuvreren"
Rappen
Snel handelen of opschieten
"We moeten ons rappen om de trein te halen"
Revancheren
Wraak nemen (bijv. in een spel)
"Ik ga me vanavond revancheren bij het bierpongen"
Rigoureus
Ingrijpend of zeer streng
"Het huis werd rigoureus schoongemaakt na het feest"
Uitmonden
Eindigen in
"De borrel mondde uit in een enorme escalatie"
Zwoegen
Heel hard en zwaar werken
"Het was flink zwoegen om alle kratten naar de vierde verdieping te tillen"
