Categorie: Taalgebruik

Bagatelliseren

Iets als onbelangrijk voorstellen

"Je moet dit probleem niet bagatelliseren"

Belegen

Oud (maar niet per se slecht) of afgezaagd

"Die grap is nu wel een beetje belegen"

Debet aan

De oorzaak van / schuldig aan

"Het slechte weer was debet aan de lage opkomst"

Derhalve

Daarom / om die reden

"Het bier was op, derhalve zijn we naar huis gegaan"

Desalniettemin

Desondanks / toch

"De winkels zijn dicht, maar desalniettemin is het druk in de stad"

Disculperen

Zichzelf vrijpleiten (van schuld)

"Hij probeerde zich te disculperen voor zijn fout"

Effectueus

Doeltreffend of met resultaat

"Dat was een effectueus pleidooi van de advocaat"

Eloquent

Welbespraakt / vloeiend pratend

"De praeses hield een eloquent verhaal tijdens de dies"

Ergo

Dus / bijgevolg

"Het is maandag, ergo: we gaan naar de UB"

Faliekant

Helemaal of volkomen (vaak bij ongelijk)

"Zijn inschatting was faliekant onjuist"

Fiducie

Vertrouwen

"Ik heb er weinig fiducie in dat hij op tijd komt"

Fnuikend

Heel erg nadelig of fnuikend

"De vroege colleges zijn fnuikend voor mijn nachtrust"

Frappant

Opvallend of treffend

"Het is frappant dat hij altijd te laat is"

Futiliteit

Nietigheid of kleinigheid

"Laten we geen tijd verspillen aan zulke futiliteiten"

Gallicisme

Woord of uitdrukking overgenomen uit het Frans

"Het gebruik van 'cuisine' in de Nederlandse taal is een gallicisme"

Genuanceerd

Met oog voor verschillende kanten van een zaak

"Hij gaf een genuanceerd antwoord op de moeilijke vraag"

Getuigen

Iets laten zien of verklaren

"Zijn kledingkeuze getuigt van weinig smaak"

Hachje

Iemands leven of welzijn

"Hij probeerde vooral zijn eigen hachje te redden tijdens de ruzie"

Hoogdravend

Plechtig en met dure woorden

"Zijn speech was een beetje te hoogdravend voor een simpele borrel"

Hypothese

Veronderstelling die nog bewezen moet worden

"Mijn hypothese is dat we morgen allemaal een kater hebben"

Jargon

Vaktermen die alleen binnen een bepaalde groep begrepen worden

"Het studentikoze jargon kan voor buitenstaanders lastig te volgen zijn"

Jegens

Tegenover / ten opzichte van

"Men dient respect te tonen jegens de praeses"

Justificatie

Rechtvaardiging

"Hij kon geen goede justificatie geven voor zijn afwezigheid"

Juxtapositie

Het naast elkaar plaatsen (van beelden of woorden)

"De juxtapositie van de twee schilderijen zorgde voor een mooi contrast"