Categorie: Algemeen

Een brede verzameling van alledaagse woorden en begrippen die de onmisbare basis vormen van onze dagelijkse communicatie.

Afzeggen

Laten weten dat je niet komt

"Ik moet helaas afzeggen voor het diner"

Akkoord

Overeenkomst of toestemming

"We hebben een akkoord bereikt over de prijs"

Ambiance

Sfeer en omgeving

"De ambiance in die kroeg is altijd goed"

Colossaal

Enorm groot of reusachtig

"Ze hebben een colossaal bedrag uitgegeven aan dat nieuwe pand"

de Buis

De televisie

"Kom kijken, er is voetbal op de buis"

Economisch

Met weinig middelen veel resultaat bereiken (zuinig)

"We moeten economisch omgaan met de resterende biervoorraad"

Efficiënt

Met zo min mogelijk inspanning het doel bereiken

"Laten we efficiënt vergaderen zodat we snel aan het pils kunnen"

Expertise

Deskundigheid op een specifiek gebied

"Zijn expertise ligt op het gebied van speciaalbier"

Foerageren

Voedsel zoeken of inslaan

"Laten we even gaan foerageren bij de supermarkt"

Formeel

Volgens de regels of deftig

"De uitnodiging voor het gala was zeer formeel"

Frappant

Opvallend of treffend

"Het is frappant dat hij altijd te laat is"

Gering

Klein van omvang, hoeveelheid of betekenis

"De kans dat hij dat tentamen nog haalt is vrij gering"

Hachje

Iemands leven of welzijn

"Hij probeerde vooral zijn eigen hachje te redden tijdens de ruzie"

Hoofdgerecht

Belangrijkste onderdeel van een maaltijd

"Als hoofdgerecht kozen we voor de biefstuk"

Inherent

Van nature verbonden met of onafscheidelijk

"Een kater is helaas inherent aan een avondje maximaal escaleren"

Jemig

Uitroep van verbazing

"Jemig, wat is dat bier hier duur geworden"

Juut

Politieagent (vaak informeel/brutaal)

"Kijk uit, daar loopt een juut"

Maatgevend

De norm bepalend / als voorbeeld dienend

"Zijn kledingstijl is maatgevend voor de hele jaarclub"

Manoeuvreren

Behendig sturen of handelen

"Hij wist zich handig door de drukke menigte te manoeuvreren"

Metropool

Zeer grote stad

"Hij droomt ervan om in een wereldstad als New York te wonen"

Minuscuul

Heel erg klein

"Er zat een minuscuul vlekje op zijn witte das"

Natje en droogje

Eten en drinken

"De gastheer zorgde goed voor ons natje en ons droogje"

Nominaal

Volgens de gestelde tijd (vaak studie)

"Hij loopt precies nominaal met zijn studiepunten"

Normaliter

Gewoonlijk / volgens de regel

"Normaliter drinken we op dinsdag geen sterke drank"